Fiscaal banksparen nog in ontwikkeling


23-12-2007
Samenvatting door: F. Weerts


Fiscaal banksparen nog in ontwikkeling
Het idee achter banksparen is vrij eenvoudig: op een geblokkeerde spaar- of beleggersrekening bij een bank wordt geld opzijgezet, dat na afloop van de looptijd in termijnen (pensioen) of ineens (aflossing op de hypotheek) wordt uitgekeerd. De belastingdienst is net als bij de bestaande verzekeringsproducten (waarbij het gespaarde bedrag niet wordt belast met 1,2 % vermogensrendementsheffing) vriendelijk voor consumenten die op deze manier hun aflossing op de hypotheek, of extra pensioen bij elkaar kunnen sparen. Daarbij gelden natuurlijk overigens wel dezelfde eisen, zoals die aan een kapitaalverzekering worden gesteld.
Dat levert naar verluidt van de consumentenbond en de Vereniging Eigen Huis naar verwachting een flink voordeel op ten opzichte van een gewone spaar- of beleggersrekening. Het lijkt er echter op dat deze organisaties te vroeg hebben gejuicht. Zo hebben tot op heden slechts enkele banken concreet aangegeven een fiscaal bankspaarproduct te ontwikkelen. Verder is het de vraag, doordat banken en verzekeraars steeds vaker samenwerken, ofdat hierdoor geen belangenverstrengeling zal ontstaan binnen een moederconcern en daarmee de beoogde concurrentie tussen banken en verzekeraars deels wegvalt.
Door al deze factoren is het dan ook zeer de vraag of het fiscale banksparen een aantrekkelijk alternatief voor de consument zal worden.


Na een lang en moeizaam proces heeft de politiek ingestemd met het zogeheten fiscale banksparen. De aanvankelijke bezwaren van het CDA bleken niet doorslaggevend en vanaf 1 januari 2008 wordt het banksparen toch mogelijk. Diverse consumenten- organisaties waren op voorhand al laaiend enthousiast over de vermeende mogelijkheden die het banksparen te bieden heeft. Dit laatste is merkwaardig, omdat nog maar moet blijken dat banksparen voordelen biedt ten opzichte van de fiscaal aantrekkelijke beleggingspolissen van verzekeraars.

Bij het banksparen opent de consument een geblokkeerde rekening bij een bank, met als doel het sparen van een bedrag dat later gebruikt wordt voor het aflossen van een hypotheek of voor een pensioen. Daarbij gelden bepaalde fiscale voordelen ten opzichte van een gewone spaarrekening. Zo wordt het gespaarde bedrag bij het fiscaal banksparen ten behoeve van de hypotheek niet belast, terwijl normaal gesproken al het vermogen boven de € 20.014 (per persoon in 2007) belast wordt met 1,2 % vermogensrendementsheffing. Stortingen op een spaarrekening, bedoeld voor aanvulling op een pensioen, zijn voortaan tot op bepaalde hoogte fiscaal aftrekbaar. Het geld is bij het fiscale banksparen niet vrij opneembaar en er gelden diverse eisen voor de duur van de fiscale bankspaarrekening en het jaarlijks toegestane spaarbedrag. Voorheen waren dergelijke fiscale voordelen alleen toebedeeld aan een kapitaalverzekering bij een verzekeraar.

Financiële afweging
De enthousiaste reacties van de consumentenbond en de Vereniging Eigen Huis lijken nogal prematuur. Het is nog onduidelijk of de banken voordeliger zullen zijn dan de verzekeraars. De Nederlandse banken en financiële partijen die bankspaarproducten willen voeren reageren bepaald nog niet enthousiast op de nieuwe mogelijkheden. Details over de kosten die de consument bij de banken zullen moeten gaan betalen, worden vooralsnog niet prijsgegeven. Het aantal bankspaarproducten is momenteel nog gering en niet alle banken zijn even zeker over deelname. Alleen de SNS bank, Delta Loyd Bank en Allianz hebben aangegeven een concreet fiscaal bankspaarproduct te ontwikkelen.

De banken zouden volgens de aanjagers van het banksparen door hun werkwijze in staat moeten zijn lagere kosten in rekening te brengen dan de verzekeraars. Of dat ook daadwerkelijk zo is vraagt senior fiscaal jurist Peter Harts van Avero zich af. Hij wijst erop dat het niet om een reguliere spaarrekening gaat, maar dat er allerlei wettelijke verplichtingen gelden. Er moet gerapporteerd worden aan de belastingdienst en allerlei documentatie aan de klant toegezonden worden. Het organiseren van dit alles kost ook de bank tijd en dus geld. Geld dat zal worden doorberekend aan de consument.

Ook Annemarie van Amelrooij van de Vereniging Onafhankelijk Financiële Planners plaatst kanttekeningen bij het banksparen en adviseert uit te kijken voor verborgen kosten. Zo kan het zijn dat aan bepaalde bankspaarproducten bijvoorbeeld beleggingsfondsen worden gekoppeld met hoge beheerskosten. Mocht er al voordeel bestaan dan zou dit hiermee meteen ingeleverd worden.

Verschillen verzekeraars en banken
Het verschil tussen het sparen van een kapitaal bij een verzekeraar of bij een bank zit hem met name in de manier van opbouw. De overeenkomst is dat uiteindelijk toegewerkt wordt naar een vooraf vastgesteld bedrag. Bij een bank ontvangt de spaarder jaarlijks een rente over het op dat moment vergaarde kapitaal. Hierdoor is exact bekend wat het rendement op langere termijn is. Verzekeraars keren geen vast rentepercentage uit maar investeren het geld in aandelenfondsen, vastgoed of andere beleggingsobjecten. Met het geld wordt een variabel rendement gemaakt dat, na aftrek van de beheerskosten, wordt verstrekt aan de personen die daarvoor een kapitaalverzekering hebben gesloten. 

Ook de overlijdensrisicoverzekering kan verschillen. Een verzekeraar biedt dit over het algemeen aan in combinatie met een kapitaalverzekering. Niet duidelijk is in hoeverre dit bij het banksparen een gecombineerd onderdeel is. Dit is wel van belang en voorkomt bijvoorbeeld dat bij onverwacht overlijden de nabestaanden worden geconfronteerd met lasten die eigenlijk te zwaar zijn. Het separaat afsluiten bij een bankspaarproduct kan kosten opleveren die hoger liggen dan de gecombineerde diensten van de verzekeraar.

Transparantie
De rente die bij het banksparen wordt verstrekt staat vast en zorgt voor helderheid bij de consument. Keerzijde van deze helderheid is het feit dat het rendement niet hoger zal zijn dan het vooraf vastgestelde rentepercentage. Wanneer de verzekeraar erin slaagt meer rendement te maken op het gespaarde bedrag levert dit een hoger uit te keren bedrag op aan het eind van de looptijd. De beschreven transparantie kan dan  wel eens ten koste gaan van de opbrengsten. Zeker omdat ook een bank kosten in rekening zal brengen voor het beheer van de fiscale bankspaarrekening.

Een andere kritische noot is de verstrengeling van banken en verzekeraars. Banken en verzekeraars werken steeds meer samen en vallen veelal onder eenzelfde moederconcern. Hierbij ligt het broekzak-vestzak gevaar op de loer, de inkomsten die bij de ene partij afnemen moeten door de andere opgebracht worden.

Al deze factoren spelen een rol bij de ontwikkelingen rondom het banksparen. Voor de consument lijkt het vooralsnog geen gemakkelijke kwestie om een objectieve vergelijking te maken. Het is dan ook zeer de vraag of het fiscale banksparen een aantrekkelijk alternatief voor de consument zal worden.





Wegwijs



< vorige pagina